De oude Egyptenaren hielden duizenden jaren geleden al administratieve ziekteverzuimlijsten bij

Wie vandaag ziek wakker wordt en niet kan gaan werken, hoeft doorgaans maar een telefoontje te plegen of een digitaal bericht te versturen. De werkgever registreert de afwezigheid, de personeelsdienst past de administratie aan en eventueel volgt een doktersattest. Het lijkt een typisch verschijnsel van onze moderne arbeidswereld, waarin werkuren, afwezigheden en ziekteverzuim nauwkeurig worden bijgehouden. Toch blijkt dat de behoefte om te weten waarom werknemers niet op hun werk verschijnen veel ouder is dan de computer, de prikklok of zelfs het moderne arbeidscontract. Meer dan drieduizend jaar geleden hielden Egyptische schrijvers al nauwgezet bij welke arbeiders afwezig waren en waarom.

Die opmerkelijke administratie is bewaard gebleven op kalksteenscherven en aardewerkscherven uit het oude Egypte. Sommige vermelden ziekte, andere verwijzen naar familieverplichtingen, religieuze activiteiten of persoonlijke omstandigheden. De documenten bieden een zeldzame inkijk in het dagelijkse leven van gewone werknemers in een beschaving die we vooral kennen van haar farao's, tempels en monumentale bouwwerken. Achter die indrukwekkende architectuur ging namelijk een verrassend georganiseerde arbeidswereld schuil, waarin niet alleen het werk zelf, maar ook de afwezigheid van werknemers werd geregistreerd.


Een arbeidersdorp waar bijna alles werd opgeschreven

Om de oorsprong van deze bijzondere ziekteverzuimlijsten te begrijpen, moeten we terug naar Deir el-Medina, een nederzetting op de westelijke oever van de Nijl, tegenover het huidige Luxor. Hier woonden tijdens het Nieuwe Rijk, vooral tussen ongeveer 1550 en 1070 voor Christus, gespecialiseerde ambachtslieden die werkten aan de koninklijke graven in de Vallei der Koningen en later ook aan graven in de Vallei der Koninginnen.

Het waren geen anonieme massa's arbeiders die onder dwang stenen versleepten, maar gespecialiseerde vakmensen met uiteenlopende vaardigheden. Steenhouwers, tekenaars, schilders en andere ambachtslieden werkten samen aan de aanleg en decoratie van de koninklijke grafkamers. Hun opdrachten vereisten precisie, ervaring en een strakke organisatie. Omdat de werkzaamheden vaak jarenlang duurden en verschillende ploegen op elkaar moesten worden afgestemd, was een nauwkeurige administratie noodzakelijk.

Deir el-Medina is voor egyptologen bijzonder waardevol omdat er uitzonderlijk veel geschreven materiaal bewaard is gebleven. De droge woestijnomgeving hielp daarbij. Bovendien gebruikten de bewoners voor dagelijkse notities vaak goedkope stukken kalksteen of gebroken aardewerk, zogenaamde ostraka. Papyrus was kostbaarder en werd daarom niet voor iedere eenvoudige registratie gebruikt.

Op die scherven noteerden schrijvers leveringen, afspraken, klachten, betalingen, juridische kwesties en gebeurtenissen uit het dagelijkse leven. Ook de aanwezigheid van arbeiders werd bijgehouden. Sommige documenten bevatten namen, werkdagen en redenen waarom iemand niet aan het werk was. Daardoor kunnen onderzoekers vandaag, duizenden jaren later, verrassend dicht bij de dagelijkse werkelijkheid van deze werknemers komen.


Ziekte, schorpioenen en andere redenen om thuis te blijven

Een van de bekendste documenten is een administratieve aanwezigheidslijst uit de tijd van farao Ramses II, die regeerde in de dertiende eeuw voor Christus. Het document, tegenwoordig bewaard in het British Museum, registreert over een bepaalde periode de afwezigheid van verschillende arbeiders en vermeldt daarbij uiteenlopende verklaringen.

Sommige mannen waren ziek, anderen moesten voor een familielid zorgen of hadden persoonlijke verplichtingen. Een arbeider was afwezig vanwege een schorpioenensteek, een risico dat in het droge Egyptische landschap bepaald niet denkbeeldig was. Elders komen bezigheden voor die voor moderne lezers opmerkelijk alledaags klinken, zoals het brouwen van bier of werkzaamheden in het huishouden.

Juist die combinatie maakt de documenten zo bijzonder. De administratie onderscheidde niet uitsluitend tussen mensen die wel of niet aanwezig waren, maar gaf ook informatie over de omstandigheden achter hun afwezigheid. Daarmee krijgen we een beeld van een samenleving waarin werknemers niet losstonden van hun gezin, gezondheid of sociale verplichtingen.

Dat betekent niet dat de oude Egyptenaren een ziekteverzuimbeleid kenden zoals moderne werkgevers. Er bestonden geen arbeidsreglementen die rechtstreeks vergelijkbaar zijn met onze huidige wetgeving, en een vermelding van ziekte vormde niet noodzakelijk een officieel medisch attest. De registratie diende in de eerste plaats om de werkzaamheden en de inzet van beschikbare arbeidskrachten te organiseren.

Toch is de overeenkomst opvallend. Een leidinggevende die vandaag wil weten waarom een medewerker ontbreekt, stelt in wezen dezelfde praktische vraag als een Egyptische schrijver ruim drieduizend jaar geleden: wie is beschikbaar, wie ontbreekt en wat betekent dat voor het werk?


Wat een oude aanwezigheidslijst vertelt over gezondheid

De bekendste aanwezigheidslijst uit Deir el-Medina is een kalksteenfragment van ongeveer 38 bij 33 centimeter. Op beide zijden staan in totaal veertig namen, met daarnaast de data waarop de betrokken arbeiders afwezig waren. De schrijver gebruikte zwarte inkt voor de namen en data, terwijl de redenen voor afwezigheid in rood werden toegevoegd. Het document bestrijkt ongeveer 280 kalenderdagen, waarvan slechts een zeventigtal als volledige werkdagen herkenbaar zijn.

Dat laatste gegeven vraagt om voorzichtigheid. Het zou verkeerd zijn om daaruit af te leiden dat Egyptische arbeiders bijzonder weinig werkten. Religieuze feestdagen, andere werkzaamheden en veranderingen in de bouwplanning speelden een rol. Mogelijk werden sommige arbeiders tijdelijk ingezet op andere projecten. De lijst vertelt dus niet hoeveel dagen een gemiddelde Egyptenaar jaarlijks werkte, maar laat vooral zien hoe nauwgezet de inzet van een specifieke groep vakmensen werd gevolgd.

Voor historici en onderzoekers van de medische geschiedenis zijn vooral de ziektevermeldingen interessant. Oogproblemen komen bijvoorbeeld meermaals voor. Dat is begrijpelijk in een omgeving waar steenhouwers en schilders dagelijks werden blootgesteld aan stof, steengruis en rook van olielampen. Wie langdurig in slecht geventileerde grafkamers werkte, kon last krijgen van geïrriteerde ogen en luchtwegen.

Toch mogen zulke verbanden niet automatisch als medische diagnoses worden beschouwd. De Egyptische schrijvers noteerden doorgaans symptomen of algemene omschrijvingen van ziekte. Ze beschikten niet over de diagnostische middelen waarmee artsen tegenwoordig infecties, allergieën of beroepsziekten onderscheiden.

Juist daarom combineren onderzoekers de geschreven documenten met archeologische vondsten, menselijke skeletresten en kennis over de toenmalige leefomstandigheden. Die aanpak maakt het mogelijk om de gezondheid van de arbeiders vanuit verschillende invalshoeken te bestuderen. De ziekteverzuimlijsten leveren daarbij waardevolle aanwijzingen, maar vormen op zichzelf geen volledig medisch dossier.


Zorg voor zieke werknemers was geen onbekend begrip

Nog opmerkelijker is dat sommige afwezigheden verband hielden met de verzorging van anderen. Een arbeider kon thuisblijven omdat een familielid ziek was, terwijl bepaalde personen binnen de gemeenschap medische taken uitvoerden. In de aanwezigheidslijsten komt zelfs een arbeider voor die geregeld afwezig was omdat hij zieken behandelde of geneesmiddelen bereidde.

Dat sluit aan bij wat historici weten over de Egyptische geneeskunde. De oude Egyptenaren beschikten over uitgebreide praktische kennis van verwondingen, bepaalde ziekten en behandelingen. Medische papyri beschrijven onder meer wondverzorging, verbandmiddelen en het gebruik van plantaardige en minerale stoffen. Sommige behandelingen waren gebaseerd op waarneming en ervaring, terwijl andere nauw verbonden waren met religieuze en magische opvattingen.

De arbeiders van Deir el-Medina maakten deel uit van een gemeenschap die voor haar levensonderhoud sterk afhankelijk was van de koninklijke administratie. Zij ontvingen doorgaans voedselrantsoenen in plaats van een modern geldloon. Graan, dat onder meer voor brood en bier werd gebruikt, speelde daarin een belangrijke rol.

Er zijn aanwijzingen dat zieke arbeiders onder bepaalde omstandigheden hun bestaansmiddelen konden behouden en toegang hadden tot verzorging. Dat betekent echter niet dat er sprake was van een algemeen systeem van betaald ziekteverlof. De regelingen waren verbonden aan een bijzondere groep werknemers in koninklijke dienst en kunnen niet zomaar worden toegepast op de volledige Egyptische bevolking.

De documenten tonen vooral dat ziekte niet uitsluitend als een individueel probleem werd beschouwd. Wanneer een gespecialiseerde ambachtsman uitviel, had dat gevolgen voor zijn collega's en voor de voortgang van het werk. Gezondheid, arbeidsorganisatie en economische belangen waren daardoor nauw met elkaar verweven.


De verrassende rol van het gezinsleven

Sommige vermeldingen laten zien hoe sterk werk en privéleven in het oude Egypte met elkaar verbonden waren. Zo bevatten verschillende afwezigheidslijsten verwijzingen naar de menstruatie of rituele reiniging van een echtgenote of dochter. Waarom dat precies aanleiding gaf tot de afwezigheid van een mannelijke arbeider, blijft onderwerp van wetenschappelijke discussie.

Een mogelijke verklaring is dat mannen tijdelijk huishoudelijke taken overnamen. Andere interpretaties leggen de nadruk op religieuze reinheidsvoorschriften of rituelen rond de vrouwelijke voortplantingscyclus. De oorspronkelijke Egyptische termen laten niet altijd toe om met zekerheid vast te stellen welke situatie werd bedoeld.

Ook begrafenissen, familiefeesten en religieuze verplichtingen konden aanleiding geven tot afwezigheid. In sommige gevallen werd zelfs genoteerd dat iemand voor zijn leidinggevende werkte in plaats van aan zijn gebruikelijke opdracht. De grens tussen officiële werkzaamheden, persoonlijke verplichtingen en sociale verwachtingen was kennelijk minder scherp dan een moderne personeelsadministratie zou doen vermoeden.

Daarmee vertellen de lijsten veel meer dan alleen wie ziek was. Ze tonen hoe een gemeenschap functioneerde, welke verplichtingen mensen tegenover elkaar hadden en hoe dagelijkse problemen binnen een georganiseerd arbeidsverband werden opgevangen.

Voor onderzoekers is dat bijzonder waardevol. Grote koninklijke inscripties vertellen doorgaans over militaire overwinningen, goddelijke bescherming en de macht van farao's. Een eenvoudige aanwezigheidslijst laat daarentegen zien hoe het leven verliep voor mensen die de monumenten daadwerkelijk bouwden.


Drieduizend jaar verschil, dezelfde menselijke werkelijkheid

De vergelijking met het moderne ziekteverzuim blijft verleidelijk, maar vraagt om historische nuance. De Egyptische administratie was geen vroege versie van onze sociale zekerheid en de bewaarde documenten vertegenwoordigen slechts een beperkt deel van de samenleving. Deir el-Medina was een uitzonderlijke gemeenschap van gespecialiseerde arbeiders, niet noodzakelijk een afspiegeling van alle werknemers in het oude Egypte.

Bovendien vertellen de lijsten niet altijd waarom iemand werkelijk afwezig was. Een geregistreerde reden kon administratief aanvaardbaar zijn zonder dat we weten hoe de betrokken arbeider zijn situatie zelf beleefde. Ook ontbreken de gegevens die nodig zijn om betrouwbare ziekteverzuimpercentages te berekenen zoals moderne statistische diensten dat doen.

Toch maken deze oude documenten duidelijk dat systematische personeelsregistratie geen recente uitvinding is. Zodra werkzaamheden afhankelijk worden van de aanwezigheid van meerdere mensen, ontstaat de behoefte om afspraken, verantwoordelijkheden en afwezigheden vast te leggen.

Wat vandaag gebeurt in digitale personeelsdossiers, gebeurde in Deir el-Medina met zwarte en rode inkt op kalksteen. De technieken zijn ingrijpend veranderd, net als de arbeidsrechten, medische kennis en sociale bescherming. De onderliggende menselijke werkelijkheid is opvallend herkenbaar gebleven.

Wanneer een werknemer zich vandaag ziek meldt, verdwijnt zijn naam tijdelijk uit de dagelijkse planning en verschijnt er ergens een administratieve registratie. Meer dan drieduizend jaar geleden gebeurde iets vergelijkbaars in een Egyptisch arbeidersdorp aan de rand van de woestijn. De schrijver die destijds een naam en een reden voor afwezigheid noteerde, kon onmogelijk vermoeden dat zijn administratie ooit een van de meest persoonlijke getuigenissen over het dagelijkse leven in het oude Egypte zou worden. Wat voor hem een gewone werkdagregistratie was, is voor ons een zeldzaam venster op een samenleving waarin mensen, ondanks alle historische verschillen, met verrassend vertrouwde problemen te maken kregen.