Waarom insecten rond sommige mensen blijven hangen en anderen bijna overslaan

Op een zwoele zomeravond zit een groep vrienden op een terras. De glazen zijn nog nauwelijks gevuld of het begint al. Eén iemand wappert voortdurend met de handen, slaat muggen van zijn arm en klaagt dat hij alweer het favoriete doelwit is. Aan de andere kant van de tafel blijft iemand anders opvallend ongestoord zitten. Geen gezoem rond het hoofd, geen jeukende bulten, geen irritatie. Het tafereel herhaalt zich tijdens barbecues, wandelingen en kampeertrips, alsof insecten onderling hebben afgesproken wie ze wel en niet lastigvallen.

Vrijwel iedereen kent wel zo iemand die beweert 'zoet bloed' te hebben. Het is een hardnekkige volksverklaring die al generaties meegaat. Toch blijkt de werkelijkheid veel interessanter. Insecten maken helemaal geen bewuste keuze op basis van smaak of voorkeur. Ze reageren op een ingewikkeld samenspel van geuren, lichaamswarmte, uitgeademde stoffen, huidbacteriën en zelfs het moment van de dag. Zonder dat we het beseffen, zenden we voortdurend een chemisch visitekaartje uit. Voor sommige insecten is dat onweerstaanbaar, voor andere nauwelijks interessant.

Dat maakt de vraag waarom de ene persoon voortdurend wordt belaagd en de andere bijna ongemoeid blijft veel minder mysterieus dan ze lijkt. Tegelijk toont recent onderzoek hoe verfijnd de zintuigen van insecten zijn. Wat voor ons één uniforme wolk van zomerse lucht lijkt, is voor een mug of steekvlieg een landschap vol geuren, temperatuurverschillen en chemische signalen.


Een wandelende wolk van geur

Mensen denken vaak dat ze geurloos zijn zolang ze net hebben gedoucht. In werkelijkheid produceert het lichaam voortdurend honderden vluchtige stoffen. Via de huid, de ademhaling en zweetklieren komen duizenden moleculen in de lucht terecht. Sommige ontstaan rechtstreeks in het lichaam, andere worden gevormd door de miljarden bacteriën die op onze huid leven.

Die bacteriën spelen een veel grotere rol dan lange tijd werd gedacht. Zweet zelf ruikt namelijk nauwelijks. Pas wanneer huidbacteriën bepaalde stoffen afbreken, ontstaan de karakteristieke lichaamsgeuren die ieder mens uniek maken. Voor insecten zijn die geurprofielen verrassend herkenbaar.

Onderzoekers ontdekten dat sommige mensen veel hogere concentraties van bepaalde vetzuren en organische verbindingen produceren. Net die stoffen blijken voor verschillende stekende insecten bijzonder aantrekkelijk. Andere mensen produceren een heel ander mengsel dat veel minder opvalt.

Het fascinerende is dat die geur nauwelijks bewust waarneembaar hoeft te zijn. Twee mensen kunnen voor elkaar vrijwel hetzelfde ruiken, terwijl een mug een enorm verschil detecteert. Haar reukzin is namelijk afgestemd op moleculen die voor menselijke neuzen nauwelijks betekenis hebben.


Koolstofdioxide als eerste uitnodiging

Nog voordat een mug een persoon ziet, heeft ze hem vaak al gevonden.

Bij iedere uitademing komt koolstofdioxide vrij. Dat gas verspreidt zich als een onzichtbare pluim door de lucht. Voor muggen vormt het een van de belangrijkste signalen dat er ergens een warmbloedig dier in de buurt is.

Hun gevoeligheid daarvoor is indrukwekkend. Ze kunnen veranderingen in de concentratie koolstofdioxide over tientallen meters waarnemen. Zodra zo'n signaal sterk genoeg wordt, vliegen ze doelgericht in die richting. Pas wanneer ze dichterbij komen, nemen andere zintuigen het over.

Dat verklaart waarom iemand die intensief sport of zwaar ademt vaak sneller wordt opgemerkt. Ook grotere mensen produceren gemiddeld meer koolstofdioxide dan kleinere personen. Daardoor zijn volwassenen doorgaans aantrekkelijker voor muggen dan jonge kinderen.

Zwangerschap versterkt dat effect nog verder. Zwangere vrouwen ademen gemiddeld meer lucht uit en hebben bovendien een iets hogere lichaamstemperatuur. Beide factoren vergroten de kans dat muggen hen sneller vinden.


Warmte wijst de laatste meters

Wanneer een insect eenmaal in de buurt komt, verandert de zoektocht.

Warmtecamera's bestaan niet alleen in laboratoria. Ook sommige insecten beschikken over uiterst gevoelige receptoren waarmee ze minieme temperatuurverschillen kunnen waarnemen. Daardoor kunnen ze precies bepalen waar een geschikte landingsplaats zich bevindt.

Onze huid is bovendien nergens even warm. Handen, voeten, enkels en het gezicht geven vaak meer warmte af dan andere lichaamsdelen. Net daarom lijken muggen opvallend vaak op die plaatsen te landen.

Vochtigheid speelt eveneens een rol. De combinatie van lichaamswarmte en verdampend zweet vormt een extra aanwijzing dat hier een levende gastheer aanwezig is.

Dat betekent overigens niet dat mensen die snel zweten automatisch vaker worden gestoken. De samenstelling van het zweet blijkt veel belangrijker dan de hoeveelheid alleen.


De verrassende rol van huidbacteriën

Misschien wel de grootste doorbraak van de afgelopen jaren kwam uit onderzoek naar het microbioom van onze huid.

Iedere vierkante centimeter huid wordt bewoond door duizenden soorten bacteriën. Hun samenstelling verschilt sterk van persoon tot persoon en verandert door leeftijd, voeding, omgeving en genetische aanleg.

Sommige bacteriegemeenschappen produceren geurstoffen die muggen bijzonder aantrekkelijk vinden. Andere lijken net verbindingen aan te maken die insecten minder aanspreken.

Daardoor kan iemand jarenlang een 'muggenmagneet' blijven zonder dat daar één duidelijke oorzaak voor bestaat. Niet één stof bepaalt de aantrekkingskracht, maar het volledige chemische profiel van de huid.

Onderzoekers vermoeden zelfs dat sommige mensen van nature geurstoffen produceren die een licht afstotend effect hebben. Dat zou verklaren waarom een klein deel van de bevolking opvallend weinig wordt gestoken, zelfs wanneer iedereen zich in dezelfde omgeving bevindt.


Waarom de ene mug de andere niet is

Wie tijdens een wandeling voortdurend wordt belaagd door steekvliegen maar nauwelijks last heeft van muggen, maakt geen uitzondering.

Niet alle insecten zoeken op dezelfde manier naar een slachtoffer. Muggen vertrouwen sterk op geur en koolstofdioxide. Steekvliegen reageren daarnaast veel sterker op beweging, contrasten en zonlicht. Dazen blijken bijzonder gevoelig voor donkere kleuren en bewegende objecten.

Ook sommige soorten knutten gebruiken weer andere combinaties van signalen.

Dat betekent dat een persoon voor de ene insectensoort bijzonder aantrekkelijk kan zijn, terwijl een andere soort nauwelijks interesse toont. De term 'insecten' verbergt dus een enorme diversiteit aan strategieën.


Helpen bloedgroep, voeding en alcohol echt?

Rond dit onderwerp circuleren tientallen hardnekkige verhalen.

Het idee dat mensen met bloedgroep O vaker worden gestoken, krijgt gedeeltelijk steun uit enkele onderzoeken. Er zijn aanwijzingen dat bepaalde muggen inderdaad iets vaker op mensen met bloedgroep O afkomen dan op mensen met andere bloedgroepen. Toch blijkt het effect relatief klein. Geurprofielen en huidchemie wegen veel zwaarder door.

Ook alcohol lijkt een bescheiden invloed te hebben. Na het drinken van alcohol stijgen de huidtemperatuur en de hoeveelheid uitgeademde koolstofdioxide licht. Bovendien verandert de samenstelling van sommige uitgeademde stoffen. Dat kan muggen helpen om iemand sneller te vinden, al verschilt het effect sterk tussen personen.

Voeding wordt vaak genoemd als verklaring. Knoflook, bananen, vitamine B of pittig eten zouden muggen afschrikken of juist aantrekken. Voor de meeste van die beweringen ontbreekt overtuigend wetenschappelijk bewijs. Het lichaam verwerkt voedsel op een veel complexere manier dan populaire lijstjes suggereren.


Waarom sommige mensen veel heftiger reageren

Minstens zo opvallend als de steken zelf is het verschil in reactie.

Waar de ene persoon nauwelijks merkt dat hij is gestoken, ontwikkelt een ander binnen enkele minuten een grote, jeukende zwelling.

Dat heeft weinig te maken met de aantrekkelijkheid voor insecten. De boosdoener is vooral het immuunsysteem. Tijdens het steken brengt een mug speeksel in de huid dat voorkomt dat het bloed onmiddellijk stolt. Dat speeksel bevat eiwitten waarop ons afweersysteem reageert.

Bij sommige mensen blijft die reactie beperkt. Bij anderen veroorzaakt dezelfde hoeveelheid speeksel een veel sterkere ontstekingsreactie. Daardoor lijkt het alsof zij vaker worden gestoken, terwijl de verschillen soms vooral zichtbaar worden doordat hun bulten veel groter zijn.

Ook eerdere blootstelling speelt mee. Het immuunsysteem leert de speekseleiwitten herkennen. Daardoor kan de reactie in de loop van het leven veranderen.


Kan je jezelf minder aantrekkelijk maken?

De zoektocht naar een universele oplossing houdt wetenschappers al jaren bezig.

De eenvoudigste maatregelen blijven verrassend effectief. Lange, lichtgekleurde kleding vermindert de kans dat insecten de huid bereiken. Muggenwerende middelen met goed onderzochte werkzame stoffen verstoren hun reukzin en maken het moeilijker om een gastheer te lokaliseren.

Daarnaast helpt het om stilstaand water rond woningen te vermijden, omdat veel muggen daar hun eitjes leggen. Ventilatoren blijken eveneens nuttig. Muggen zijn zwakke vliegers en hebben moeite om tegen een constante luchtstroom in te vliegen.

Het idee dat er één wondermiddel bestaat waarmee iemand volledig onzichtbaar wordt voor insecten, blijft voorlopig een illusie. Daarvoor is de interactie tussen mens en insect simpelweg te complex.

Intussen onderzoeken wetenschappers wel nieuwe technieken die inspelen op geurstoffen van de huid. Sommige experimentele afweermiddelen proberen niet langer alleen insecten weg te jagen, maar bootsen juist het geurprofiel na van mensen die van nature weinig aantrekkelijk zijn. Dat onderzoek bevindt zich nog grotendeels in ontwikkeling, maar laat zien hoe sterk onze kennis over de chemische communicatie tussen mens en insect de afgelopen jaren is gegroeid.


Een veel verfijnder spel dan we ooit dachten

Wanneer die vriendengroep volgende zomer opnieuw op een terras zit en één persoon alweer wanhopig naar een mug slaat terwijl de rest rustig blijft praten, lijkt dat misschien nog steeds oneerlijk. Maar achter dat ogenschijnlijk willekeurige tafereel gaat een verbazingwekkend nauwkeurig biologisch proces schuil.

Een mug kiest haar slachtoffer niet omdat iemand zoet bloed heeft of pech kent. Ze volgt een spoor van uitgeademde koolstofdioxide, voelt minieme temperatuurverschillen, analyseert tientallen geurstoffen en reageert op een unieke combinatie van huidbacteriën die ieder mens onbewust met zich meedraagt. Wat voor ons nauwelijks waarneembare verschillen zijn, vormen voor een insect een helder herkenningspatroon.

Misschien is dat wel de meest verrassende conclusie. Terwijl wij denken dat we allemaal ongeveer hetzelfde door een zomeravond wandelen, draagt ieder van ons een onzichtbare chemische handtekening met zich mee. Voor de meeste mensen blijft die verborgen. Voor een mug vertelt ze precies waar ze moet zijn.