Hoe het wielerseizoen 2026 ons al volledig in haar greep heeft

Er is iets onbeschrijflijk moois aan het moment waarop het wielerseizoen zijn Europese gezicht toont. De grijze wintermaanden smelten weg, de kasseien van Vlaanderen glanzen in het ochtendlicht, en ergens in een garderobe in het Kuipke in Gent ritsen renners hun trui dicht terwijl ze beseffen dat het moment eindelijk daar is. Morgen, zaterdag 28 februari 2026, gaat de 81ste editie van de Omloop Het Nieuwsblad van start in Merelbeke. En als het aan de wielergoden ligt, wordt het een editie die de geschiedenisboeken ingaat.

Want wie heeft de Omloop dit jaar op het menu staan? Niemand minder dan Mathieu van der Poel, die voor het allereerst in zijn carrière aanwezig zal zijn aan de start van deze Vlaamse openingsklassieker. Alleen al die mededeling was genoeg om de wielerwereld op zijn kop te zetten.


Een seizoen dat al weken smeult

Eerlijk gezegd was het wielerseizoen van 2026 al lang voor de Omloop begonnen. Terwijl een groot deel van het publiek op kousenvoeten naar het journaal keek en niet verder dacht dan het naseizoen van de veldrijders, rolde het peloton in januari al rusteloos door de straten van Adelaide. De Tour Down Under was, zoals elk jaar, de officieuze ouverture: zon, warmte, en de eerste vormsignalen van ploegen die hun kaarten pas later echt op tafel willen gooien.

Matthew Brennan, het jonge talent van Visma Lease a Bike, reed er al mee. De Brit, amper 20 jaar oud, groeide het voorbije jaar uit tot een van de meest veelbesproken renners in het peloton niet vanwege een grote overwinning, maar vanwege de manier waarop hij koerst: instinctief, brutaal soms, en met een ploeggevoel dat zijn leeftijd ver overstijgt. Zijn aanwezigheid in de Omloop morgen als kopman van Visma is bijgevolg geen toeval, maar een bewuste keuze van een ploeg die door omstandigheden gedwongen werd te improviseren.

Want Wout van Aert zal er niet bij zijn. De man die het openingsweekend jarenlang beschouwde als zijn persoonlijk domein, die in 2022 nog de Omloop won met een klasse die de meute deed snikken, staat dit keer niet aan de start. Na zijn enkelfractuur begin januari in Mol had Van Aert wonderen verricht in zijn revalidatie. Bijna vijfduizend kilometer op de fiets in zes weken tijd. Maar dan sloeg het noodlot opnieuw toe: een ziekte deed hem op het allerlaatste moment afhaken. Het is een bittere pil, niet alleen voor Van Aert zelf, maar ook voor de neutralen die al uitkeken naar het eerste duel van het seizoen tussen hem en Van der Poel.

Dat duel zal er dus nog even op moeten wachten.


Van der Poel ontsteekt de vlam

Er gaat geen krachtiger verhaal schuil in het wielrennen van dit moment dan dat van Mathieu van der Poel. De Nederlander van Alpecin-Premier Tech is al een paar seizoenen lang het onbetwiste zwaartegewicht van het klassiekerseizoen, maar hij slaagt er nog steeds in om te verrassen. Dit keer door zijn debuut in de Omloop.

Woensdag postte hij een foto op Instagram. Een privéjet. Eronder slechts de woorden: 'Het is tijd om opnieuw te koersen.' Miljoenen mensen wisten meteen wat dat betekende. Zijn ploeg bevestigde nadien: Van der Poel zou aan de start verschijnen in Merelbeke. Donderdag verkende hij nog het parcours, samen met Greg Van Avermaet, de man die het Vlaamse wielrennen in zijn hart draagt als een tatoeage. Het was een beeld dat iets zegt over Van der Poel: hij neemt niks voor lief, ook niet een Omloop die hij nog nooit gereden heeft.

De Omloop staat immers niet op zijn palmares en dat is voor een renner met acht wielermonumenten op zijn naam al bijna een anomalie. Dat gemis is een motivatie. Zijn broer David liet duidelijk weten wat we mogen verwachten: 'Mathieu zal er meteen een harde koers van willen maken.' Klinkt als een aankondiging van pijn.

Het parcours van de 81ste Omloop speelt hem perfect in de kaart. Dit jaar telt de wedstrijd 207,6 kilometer, met een finale die doelbewust zwaarder gemaakt werd dan vorig jaar. De toevoeging van de Tenbosse en de Parikeberg maakt een massasprint zoals in 2025 — toen de verrassende Soren Waerenskjold vanuit het achterste peloton over de Bosberg klauterde en uiteindelijk zegevierde in Ninove — nagenoeg onmogelijk. De organisatoren willen een echte klassieker, en met Van der Poel in de rangen zullen ze dat ook krijgen.


De uitdagers: wie durft?

Maar hoe realistisch is het dat iemand Van der Poel echt kan kloppen? Het is de vraag die iedereen stelt, en die niemand met zekerheid kan beantwoorden.

Paul Magnier van Soudal Quick-Step is misschien wel de meest serieuze uitdager. De jonge Fransman eindigde vorig jaar als tweede in de Omloop en begon het seizoen van 2026 met twee sprintzeges in de Ronde van de Algarve. Zijn ploeg trekt met een sterk blok naar Vlaanderen, inclusief Dylan van Baarle, die in de Algarve ook al liet zien dat zijn vorm niet te onderschatten is. Soudal Quick-Step herbeleeft duidelijk iets van haar gloriedagen als kasseienspecialist, en de honger binnen de ploeg is voelbaar.

Tim Wellens van UAE Emirates-XRG is dan weer de man in vorm bij uitstek. De veteraan, die al zoveel jaren bewees dat hij een ander soort wielrenner is dan de meesten geduldig, taai, onverwacht explosief klom solo naar de zege in de Clasica Jaen en toonde daarna ook in de Ruta del Sol hoe goed het gaat. Maar Wellens in een finale met Van der Poel: dat is altijd afwachten hoe de kaarten vallen.

Tom Pidcock mag ook niet vergeten worden. De Brit van Pinarello-Q36.5 won de Ruta del Sol met een aanval op de Alto de la Primera Cruz die de buik van de wielerwereld deed samentrekken van opwinding. Pidcock is terug, dat is zeker. Alleen: hoe Pidcock en kasseien samengaan, is een eeuwig vraagteken. De Muur van Geraardsbergen en de Bosberg zijn geen gebruikelijke Pidcock-koers. Maar verrassen kan hij altijd.

Arnaud De Lie tenslotte staat na zijn eigen enkelblessure voor een herstelseizoen. De Belg van Lotto-Intermarché wil zijn explosiviteit in de sprint terugvinden, en geeft aan dat het vertrouwen groot is ook al ontbreekt het bewijs nog. De Omloop kan voor hem een eerste richtpunt zijn.


Een openingsweekend vol plotwendingen

Naast de Omloop Het Nieuwsblad staat ook Kuurne-Brussel-Kuurne op het programma, en er circuleren geruchten dat Van der Poel ook die koers zou meepikken als zijn lichaam het toelaat na zaterdag. Zijn ploeg houdt de kaarten bewust voor de borst: de knoop valt pas na de Omloop. Het is het soort onzekerheid dat de fan in ons doet smachten naar meer nieuws, meer updates, meer beelden van de Vlaamse wegen.

Wat dit openingsweekend ook markeert: het is de officieuze start van wat belooft een vorstelijk klassiekerseizoen te worden. Strade Bianche volgt op 8 maart, met het parcours dat inmiddels een grindstrook naar Tadej Pogacar vernoemd heeft een detail dat evenveel zegt over zijn dominantie in die wedstrijd als over het gevoel voor humor van de organisatie. Milaan-Sanremo komt op 21 maart, de E3 Saxo Classic op 27 maart, de Ronde van Vlaanderen op 5 april en Parijs-Roubaix op 12 april. Vier weken die het wielerseizoen kunnen maken of breken.

Van der Poel heeft die vier wedstrijden allemaal op zijn programma staan. Vorig jaar won hij Milaan-Sanremo, de E3 Saxo Classic en Parijs-Roubaix. Het gewicht van die prestaties hangt boven dit nieuwe voorjaar als een uitnodiging én als een dreiging tegelijk.


Het seizoen buiten de cassettes en hellingen

Er is ook een bredere context die het wielerseizoen 2026 een bijzondere kleur geeft. De ploeglandkaart is subtiel maar betekenisvol hertekend. Alpecin heeft haar naam veranderd naar Alpecin-Premier Tech, een erfenis van een nieuwe samenwerking die ook commercieel vruchten moet afwerpen. Visma  Lease a Bike blijft investeren in jeugd, met Brennan als gezicht van de toekomst. Bij UAE Emirates-XRG draait alles nog steeds om Tadej Pogacar wanneer het seizoen in zijn verschroeiende eindspurt belandt de Ronde van Italië en de Tour de France zijn zijn uitgestippelde hoogtepunten — maar het is uitkijken hoe zijn ploeg de klassiekers invult in zijn afwezigheid.

Remco Evenepoel is een hoofdstuk apart. De Belg van Soudal Quick-Step mikt ook dit jaar op de grote rondes en op het WK, dat in september plaatsvindt in Montréal, Canada. Een parcours in Canada dat misschien zijn temperament en klasse beter dan ooit kan showcasen. Maar vóór die tijd: een voorjaar zonder Evenepoel in de kasseienklassiekers, wat een gewenning blijft voor het Belgische wielerpubliek dat hem zo graag ook in de Ronde of Roubaix zou zien.

Voor de vrouwen zijn er ook heel wat highlights. Demi Vollering draagt de last van de verwachtingen van FDJ-SUEZ die zwaarder wegen dan ooit, terwijl haar budgettaire positie paradoxaal genoeg sterker lijkt dan de ploeg zelf. De Tour de France Femmes staat opnieuw centraal, maar ook de Vlaamse klassiekers beloven spektakel.


Kasseien, wind en de essentie van het wielrennen

Wat mij als wielerjournalist elke keer opnieuw treft, is hoe weinig er veranderd is aan de fundamentele magie van de Omloop Het Nieuwsblad. Het parcours voert langs namen die klinken als een gedicht: de Paddestraat, de Leberg, de Wolvenberg, de Eikenberg, de Molenberg, de Kapelmuur. Wegen die generaties renners voor ons al beweemd hebben, die versleten zijn door millioenen banden en besproeid met het zweet van kampioenen.

Morgen, zaterdag, beginnen de renners in Merelbeke. Na 33 kilometer doemen de eerste kasseien van de Paddestraat op. De vroege vlucht zal gevormd worden, ploegen zullen hun mannen naar voren schuiven. Ergens in het midden van het peloton zal Mathieu van der Poel rijden, onopvallend, in het wiel. Tot hij dat niet meer is. Tot de Eikenberg of de Wolvenberg of de Kapelmuur hem roepen, en hij reageert op de enige manier die hij kent: door te accelereren op een moment dat niemand hem volgen kan.

Of niet. Want dat is het schone van de koers: zekerheid bestaat niet. Van der Poel kan vallen, kan een slechte dag hebben, kan overrompeld worden door een Magnier die sneller is dan verwacht of een Brennan die de leeftijdswetten aan zijn laars lapt. De Omloop heeft al zoveel verrassingen gebaard — vorig jaar won een renner die over de Bosberg als laatste uit het peloton rolde — dat elke voorspelling eigenlijk al bij voorbaat een gok is.

Maar die onzekerheid is net het hart van het wielrennen. Het is wat ons elke zaterdag of zondag naar het scherm trekt, wat ons de kou doet weerstaan langs de kant van de weg, wat ons doet opstaan van de bank als iemand aanvalt op de Kapelmuur. Het is waarom we morgen opnieuw zullen kijken, hopend, vrezend, en vol verwondering.

Het wielerseizoen 2026 is begonnen. Eindelijk.